Het jachtinstinct van de kat zit diep verankerd in haar natuur. Zelfs de meest luie huiskat blijft in essentie een jager.
Door dit instinct onvoldoende te stimuleren, kan verveling, frustratie en zelfs probleemgedrag ontstaan. In deze blog ontdek je hoe je met jacht-, geur- en voedselverrijking het natuurlijke gedrag van je kat op een gezonde manier ondersteunt.
Voor een kat bestaat jagen uit drie belangrijke fases:
- De prooi achterna jagen (beweging)
- Het verzwakken en doodtrappelen van de prooi (geur)
- Het opeten van de prooi (voedsel)
Niet alle katten doorlopen alle fases even intens, maar elke fase heeft een belangrijke functie voor haar welzijn.
Fase 1: jachtverrijking
Hier gaan we het ‘achterna jagen’ van de prooi stimuleren.
Dit kan je bijvoorbeeld doen door een lange hengel van ongeveer één meter lang met aanhangend prooitje (bv. een veer, vogeltje of muisje) in het rond te bewegen.
Test uit welk type prooi voor jouw kat de voorkeur heeft.
De manier waarop je de prooi laat bewegen is ook van belang voor je kat. Is ze meer in de ban van de prooi wanneer je ze heen en weer beweegt over de grond, of wanneer je ze op ooghoogte houdt of wanneer je ze hoog in de lucht zwiert zodat ze op haar klimboom moet kruipen om eraan te kunnen?
Het kan ook zijn dat je kat er net van houdt dat je de prooi (zonder hengel) in de lucht gooit zodat ze er naar hartenlust kan achter koersen.
Belangrijk weetje: een kat kan een speeltje dat vlak voor haar neus ligt of gehouden wordt niet goed zien, vooral niet als het niet beweegt. Katten hun ogen kunnen minder goed scherpstellen op korte afstanden (alles dichter dan 30 cm).
Het zicht van katten is er vooral op gemaakt om bewegende objecten waar te nemen, vandaar dat het zulke uitstekende jagers zijn.

Fase 2: geurverrijking
Tijdens deze fase zal de kat de prooi vastnemen met haar voorpoten en ‘vertrappelen’ met haar achterpoten. Vaak zal ze ook de prooi likken en bijten. Vooral de geur van de prooi lokt dit gedrag bij de kat uit.
Wij kunnen dit proces ook zelf proberen uitlokken door aan onze gekozen prooi een geur te koppelen die de kat intrigeert.
Ook hierbij is het van belang om uit te zoeken welke geur voor jouw kat werkt. Niet alle katten reageren in dezelfde mate op bv. kattenkruid of valeriaan.

Hoe kan je nu een bepaalde geur aan de prooi koppelen?
- Schaf je een gesloten doos of speelgoedkoffer aan die enkel dient voor het wegbergen van de speeltjes/prooien van je kat.
- Neem een nylonsok en vul deze met kattenkruid of valeriaan (afhankelijk van de voorkeur van je kat).
- Strop de sok dicht en berg ze op in de speelgoedkoffer tussen alle speeltjes.
- Elk speeltje zal deze geur bevatten, wat voor je kat alleen maar geweldig is.
- Bij elke speelbeurt neem je een speeltje uit de doos en nadien berg je het terug op. Een reeds gevangen prooi laten liggen in huis heeft geen nut, het zal de kat niet meer interesseren want ze heeft ze al ‘gedood’.
Enkele voorbeelden van geuren die effect kunnen hebben op katten zijn valeriaan, kattenkruid, munt en matatabi stokjes om op te knabbelen.
Opgelet: hang geen valeriaanbandjes rond de kat haar nek of spuit geen kruidensprays op de kat zelf, ze moet ten alle tijde van deze prikkelende geur kunnen wegwandelen.
Fase 3: voedselverrijking
De fase waarin de kat haar prooi verorbert.
Hierbij is het belangrijk dat we de kat laten werken voor haar eten, net zoals in de natuur.
Het is net door het jagen op de prooi dat het verorberen ervan zo veel voldoening geeft. Wanneer we in huis gewoon ‘gratis’ eten uitzetten voor onze kat, heeft ze er geen inspanning voor moeten doen en haalt ze er dus ook geen mentale en fysieke verrijking uit.

Hoe kan je er op leuke manieren voor zorgen dat je kat wél moet werken voor haar eten?
Voorzie naast vaste eetstations (eetkommetjes die op vaste plaatsen in huis staan) ook mobiele voedselstations (bv. eetballetjes, voedingspuzzels).
Maak de vaste eetstations interessanter door in plaats van gewone eetbakjes te kiezen voor anti-schrokkommen. Dat zorgt ervoor dat de kat echt moeite moet doen om er de brokjes uit te vissen. Let er wel op dat je de nieuwe kommen geleidelijk aan introduceert.
Vervang niet plots alle gewone eetbakjes door anti-schrokkommen. Laat de kat er eerst goed aan wennen.
Maakt ze er met plezier gebruik van? Drijf het vervangen dan stelselmatig op.
- Verspreid in huis ook mobiele eetstations zoals voedingspuzzels en eetballetjes.
- Switch ook gerust van locatie, zo houd je het voor je kat interessant.
- De ‘slimcat eetbal’ is trouwens een echte aanrader!
Maar wees gerust ook creatief! Je kan ook in andere ‘speel-elementen’ brokjes leggen. Denk maar aan eierdozen, cupcakebakjes of gewoon wc-rolletjes die je op een stuk karton plakt.
Een kat haar voorkeuren kunnen net zoals bij mensen spontaan veranderen. Daarom is het belangrijk om dit heel haar leven lang te blijven onderzoeken en testen. Zo kan je als baasje blijvend tegemoet komen aan haar behoeften en haar op die manier een heel rijk en vervuld leven geven.
